Cinqaero_logo_en.png

 
Real-life data 

Real-life analyses uit het RAPSODI-register laten zien dat Cinqaero (reslizumab):

  • Het aantal exacerbaties significant laat dalen zowel bij patiënten met ernstig eosinofiel astma die starten met reslizumab als bij patiënten die switchen van een ander type 2 biological naar reslizumab 01
  • Het OCS gebruik significant laat dalen bij zowel patiënten met ernstig eosinofiel astma die starten met reslizumab als bij patiënten die switchen van een ander type 2 biological naar reslizumab 01

RAPSODI-register

Het RAPSODI register (Register of Adult Patients with Severe Asthma for Optimal DIsease management) is een Nederlands register van volwassen patiënten met ernstige astma dat als doel heeft informatie te verzamelen en feedback te leveren aan behandelend artsen en patiënten met deze complexe aandoening.

Het register wordt gevuld met gegevens over astmacontrole, kwaliteit van leven, klinische en laboratoriumgegevens, longfunctie, ziekteactiviteit, co-morbiditeit, ziekteverzuim, zorgconsumptie, gedetailleerde gegevens over astmamedicatie en ernstige bijwerkingen van nieuwe behandelingen.

De informatie uit het register wordt teruggekoppeld naar artsen en patiënten om daarmee de kwaliteit van zorg te verbeteren.

Gegevens over kosteneffectiviteit kunnen gebruikt worden door beleidsmakers in de gezondheidszorg, en tenslotte zal het register gebruikt worden voor het beantwoorden van wetenschappelijke vragen.
Het project wordt ondersteund door verenigingen van patiënten en longartsen, farmaceutische bedrijven, ziektekostenverzekeraars en semi-overheidsorganisaties.

De database van het register bevat lange-termijn gegevens van meer dan duizend patiënten met ernstige astma uit 20 ziekenhuizen in Nederland en het Nederlands Astmacentrum in Davos.

Het is een unieke bron van gegevens die een ‘real-life’ beeld geeft van patiënten met ernstige astma in Nederland.

Cinqaero in ‘real-life’

De publicatie ‘Real-World Effectiveness of Reslizumab in Patients With Severe Eosinophilic Asthma – First Initiators and Switchers’  aat de effectiviteit van reslizumab (Cinqaero) in ‘real-life’ zien bij zowel patiënten die gestart zijn op reslizumab als bij patiënten die geswitcht zijn van een ander type 2 biological naar reslizumab 01.

Bij de start van de analyse zaten er 702 ernstig astmapatiënten in het RAPSODI register waarvan er 172 met reslizumab zijn behandeld.

Voor de analyse is gekeken naar patiënten die tussen 1 januari 2017 en 1 april 2020 zijn behandeld met reslizumab en waarvan >6 maanden follow-up data beschikbaar is. Dit betreft 134 patiënten. 56 van deze patiënten zijn gestart op reslizumab, 78 zijn geswitcht van een andere biological naar reslizumab. Dit betreft vooral patiënten die behandeld zijn met mepolizumab (Nucala) of benralizumab (Fasenra) 01 .

Resultaten: exacerbaties 01 

Table Cinqaero.png

Grafiek A betreft zowel patiënten die gestart zijn met reslizumab als patiënten die geswitcht zijn van een ander type 2 biological naar reslizumab. Het aantal patiënten met slechts 0-1 exacerbatie neemt toe van 39,6% tot 78,4%. De groep met meer dan 2 tot 5 exacerbaties daalt van 38,9% naar 20,0%. Patiënten met >5 exacerbaties daalt van 21,4% naar 1,6%.

Grafiek B laat onder andere zien dat het percentage aan patiënten met 0-1 exacerbaties die starten met reslizumab stijgt naar 84,3%.

Grafiek C betreft patiënten die geswitcht zijn van een ander type 2 biological naar reslizumab. Deze grafiek laat zien dat het de overweging waard is om patiënten die ondanks behandeling met een ander type 2 biological, twee of meer exacerbaties blijven ondervinden, te switchen naar reslizumab. Het percentage aan patiënten met 0-1 exacerbatie neemt bij deze groep toe van 28,8% tot 74,3%.

Resultaten: OCS gebruik 01 

In tabel I is te zien dat van de ernstig eosinofiel astmapatiënten die starten op reslizumab 60,3% volledig kan stoppen met het gebruik van OCS.
Tabel II laat zien dat van de patiënten die switchen van een ander type 2 biological naar reslizumab 57,1% uiteindelijk kan stoppen met het gebruik van OCS. Dit was voor de switch 23,9%

Tabel I. Effect van reslizumab op OCS gebruik

Resultaten Start reslizumab Na ≥6 maanden follow-up p
OCS behandeling (%) <.001
Ja, n (%) 77 (59.9) 52 (39.7)
Nee, n (%) 56 (42.1) 79 (60.3)
Ontbreekt (n) 1 3

Aangepast obv S. Hashimoto. J Allergy Clin Immunol Pract. 2022 Apr 26:S2213-2198(22)00362-2. doi: 10.1016/j.jaip.2022.04.014.

Tabel II. Effect van reslizumab op OCS gebruik bij patiënten die zijn geswitcht van een ander type 2 biological (n=78)

Resultaten Start eerste biological (B1) Switch naar reslizumab (B2) 6 maanden follow-up (FU) P (B2-B1) P (FU-B2)
Gebruik OCS onderhoudsbehandeling .04 <.01
Ja, n (%) 54 (76.1) 50 (64.9) 33 (42.9)
Nee, n (%) 17 (23.9) 27 (35.1) 44 (57.1)
Ontbreekt (n) 7 1 1

Aangepast obv S. Hashimoto. J Allergy Clin Immunol Pract. 2022 Apr 26:S2213-2198(22)00362-2. doi: 10.1016/j.jaip.2022.04.014.


Referentie

  1. Back to contents.

    Hashimoto. J Allergy Clin Immunol Pract. 2022 Apr 26:S2213-2198(22)00362-2. doi: 10.1016/j.jaip.2022.04.014.


Downloads